Draak
De langgerekte vierkwartsmaten vergezellen mijn balkonbestaan. Ofwel, deze gek met een tijdschrift, een puzzelboek en twee telefoons (eentje alleen voor een woordspelletje, tja), koffie en heet water. Zelfs een suikervrij koekje mag erbij. Zonnescherm omlaag.
Auto's en asfalt maken samen meer decibellen dan je zou vermoeden. Gooi daar ook maar gelijk wat testosteronaapjes op motoren en ander kleinepiemelcompenserend lawaai achteraan en je snapt: mijn idylle is compleet.
Terwijl ik inwendig en soms hardop dit belachelijke geklooi en mijn tabak en anderszins rokende buren vervloek, maar ondertussen net zo blij ben met het uitzicht op de bomen en de heuvel verderop, gaan mijn gedachten op de klanken uit de kerk hier tegenover naar boeken. Boeken met doorgekraste vloeken of andere woorden die volgens de bewoners van de bijbelse gordel niet door de kuise beugel kunnen.
Juist dat onbeholpen gekras, met balpen over gedrukte letters, werkt op mijn lachspieren - al zouden die spieren ook net zo goed tranen kunnen regelen. Het is vermakelijk en dieptriest. Door een bibliotheek gaan met de missie duivelse woorden in boeken op te zoeken en door te krassen. Niet alleen vloeken, ook alles dat riekt naar afwijkend van de door mensen bedachte goddelijke norm. Of boeken die wel degelijk door een christelijke uitgever zijn uitgebracht en die de ongepaste onderwerpen herbergen. Mannen met liefde voor mannen, vrouwen met liefde voor vrouwen en alle denkbare andere gevoelige onderwerpen. De verhalen in die boeken veroordelen dit 'gedrag' overigens. Er wordt verteld hoe erg het is en hoe 'die mensen' moeten worden gered. Boekenkrassers trekken zich echter niets aan van futiele zaken als context of begrijpend lezen. Zij zien alleen losse woorden. En die moeten doorgekrast. Het boek moet het liefst zelfs uit het zicht. Achter andere boeken. Wegmoffelen. In naam van de denkbeeldige vriend.
Een meisje vroeg vrolijk fanatiek naar boeken voor haar broertje. Het liefst iets met draken en Lego. Avontuurlijk met veel plaatjes. We vonden wat ze zocht en ze was oprecht blij. De gedachte hoe opgetogen haar broertje zou zijn, daar kon zij duidelijk zichtbaar wel een poosje op vooruit.
Toen ik in mijn enthousiasme nog wat andere boeken aanprees die qua onderwerp overeen komen, keek ze mij heel vriendelijk aan en zei tegelijk zonder ook maar een halve seconde na te hoeven denken: dat zijn boeken met magie. Die lezen wij niet, dat mag niet. (Waarom draken dan geen magische wezens zijn, ontgaat mij.)
Mijn hart brak een beetje. Zo jong en al zo geïndoctrineerd. Hé, het is geen verrassing. Maar dat maakt het voor mij niet minder bedenkelijk.
Ik hoop enorm dat zij nooit met een pen op pad wordt gestuurd op zoek naar boeken met boze woorden. Sterker, ik wens haar een eigen draak waarmee ze fantastische avonturen beleeft.