Juwelendief
Ik kom niet verder dan dank je wel
woog woorden en zinnen krom en vol
speelde met letters zonder regels en tekens van lezen
en toch steeds weer stokte de beweging van
vingers handen gedachten
lippen likten
een pen sloeg haperend aan
onder hoogspanning werd de woordenstroom vloed
werd eb
werd droogte
werd stof
werd verdampte klank kuchend happend naar hemels water
er komt geen nieuwe regen
alleen oud zeer om ijzer te breken
met lood in de schoenen
handen knijpen
vingers knakken
ademloos toezien hoe er niets meer is van wat er misschien ook nooit was
als dan de twijfel ziedend toeslaat in blinde paniek en woede gebald zoals ruimtepuin achteloos inslaat op haar weerloze gelaat ik haat de mens die nooit iets maakt alleen maar sloopt en vals hoopt tot niets in staat
diepe afkeer en peilloos staren naar een scherm dat slurpt
de ziel uitzuigt
om te beseffen dat ik niet verder kom dan dank je wel